Bloedonderzoek

Tijdens de eerste controle krijg je een formulier mee om bloed te laten prikken. Bloedonderzoek in het begin van je zwangerschap is belangrijk om de gezondheid van jullie kindje zoveel mogelijk te bevorderen. Als het onderzoek uitwijst dat jullie kindje kans heeft ziek te worden, is het vaak mogelijk om je te behandelen tijdens de zwangerschap en zo jullie kindje te beschermen. In principe wordt bloedonderzoek bij iedereen uitgevoerd tenzij je aangeeft geen toestemming te geven. Het kan echter wel zo zijn dat wij dan niet de goede zorg kunnen leveren die wij voor ogen hebben en zullen dan met de gynaecoloog bespreken waar in dat geval de beste zorg gegeven kan worden.

We zullen hier beschrijven waarop je bloed getest wordt bij het standaard bloedonderzoek en hier een korte toelichting bij geven.

Bloedgroep

Het is belangrijk je bloedgroep te weten voor het geval dat je een bloedtransfusie nodig zou hebben. De bloedgroep kan A, B, AB of 0 zijn.

Andere antistoffen tegen rode bloedcellen

Tijdens de zwangerschap en de bevalling kunnen er rode bloedcellen van jullie kind in je eigen bloed terechtkomen. Ook kun je antistoffen in je lichaam hebben als je bijvoorbeeld in het verleden een bloedtransfusie hebt gehad. Als jullie kind een andere bloedgroep heeft dan jij, kan je lichaam antistoffen maken tegen het bloed van je kind. In de praktijk komt dit weinig voor. Het laboratorium onderzoekt of je zulke antistoffen hebt. Dat is belangrijk om te weten, omdat sommige antistoffen tijdens de zwangerschap het bloed van jullie kind kunnen afbreken. Jullie kind krijgt dan bloedarmoede. Bij een volgende zwangerschap kunnen deze antistoffen weer opspelen. Als er antistoffen worden gevonden, is soms verder onderzoek nodig. Op dat moment geven wij hierover natuurlijk uitleg.

Er zijn twee groepen vrouwen die relatief een iets grotere kans lopen om antistoffen tegen bloedgroepen te maken. Dat zijn vrouwen die Rhesus D-negatief zijn en vrouwen die Rhesus c-negatief zijn. Zij hebben tijdens de zwangerschap extra aandacht nodig. Het laboratorium bepaalt daarom tijdens het bloedonderzoek op het begin van de zwangerschap ook of je Rhesus D-negatief of Rhesus c-negatief bent.

Rhesus-D en Rheses-c factor

Je bent Rhesus-D negatief of positief. Het is een kwestie van erfelijkheid, net als de kleur van je ogen en haar. Van de zwangeren is 84 procent Rhesus-D-positief, de overige 16 procent is Rhesus-D-negatief. Als je Rhesus-D-positief bent, heeft dit verder geen consequenties.

Een Rhesus-D-negatieve zwangere heeft echter wel bijzondere aandacht nodig om complicaties te voorkomen bij een eventueel Rhesus-D-positieve baby. Tijdens de zwangerschap is er namelijk een kleine kans dat er bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komt. Bij de geboorte is die kans vrij groot. Komt er bloed van een Rhesus-D- positieve baby in de bloedbaan van een Rhesus-D-negatieve moeder, dan kan de moeder afweerstoffen tegen dat bloed gaan maken. Deze zogeheten antistoffen kunnen via de navelstreng het bloed van het kindje bereiken en afbreken, waardoor deze of een eventuele volgend kindje bloedarmoede kan krijgen.

Als je Rhesus D-negatief bent, wordt je bloed in week 27 van de zwangerschap nog een keer onderzocht op antistoffen. Het laboratorium bepaalt in je bloed dit keer ook of je kind Rhesus D-negatief of -positief is.

Is je kind Rhesus D-positief? Dan bestaat de kans dat je lichaam antistoffen gaat maken tegen het bloed van je kind. Om die kans te minimaliseren, krijg je in week 30 van de zwangerschap een injectie. Jullie kind merkt niets van deze injectie en loopt geen enkel risico. Na de bevalling krijg je nog een keer een injectie. Op deze manier is er bijzonder weinig kans op complicaties. Ook in een aantal bijzondere verloskundige situaties krijg je (extra) anti-Rhesus-D-immunoglobuline toegediend.

Is jullie kind Rhesus D-negatief? Je lichaam maakt geen antistoffen tegen het bloed van jullie kind omdat jullie allebei Rhesus D-negatief zijn. Je hebt geen injectie nodig.

Als je Rhesus c-negatief bent, kan je lichaam ook antistoffen maken tegen het bloed van jullie kind. Er bestaat geen injectie om dat te voorkomen. Daarom onderzoekt het laboratorium in week 27 van de zwangerschap of je lichaam antistoffen maakt. Dit komt in de praktijk erg weinig voor. Zo ja, dan zal de verloskundige of gynaecoloog je tijdens de zwangerschap extra controleren. Die extra controles zijn nodig om te ontdekken of de gezondheid van je kind in gevaar komt. De kans hierop is echter klein omdat er in dat geval nog meer factoren van invloed zijn.

Syfilis

Syfilis (ook wel ‘lues’ genoemd) is een seksueel overdraagbare aandoening (SOA). Om besmetting van jullie kind te voorkomen, is het belangrijk dat de ziekte zo vroeg mogelijk in de zwangerschap wordt opgespoord. Blijkt uit het bloedonderzoek dat je syfilis hebt? Dan word je verwezen naar een gynaecoloog en krijg je antibiotica.

Rubella

Rubella (‘Rode Hond’) wordt veroorzaakt door een virus. Als je geen antistoffen tegen Rubella hebt, kan een infectie tijdens de zwangerschap aangeboren afwijkingen bij het kind veroorzaken. Vrouwen die na 1962 geboren zijn, hebben op 11-jarige leeftijd vrijwel allemaal een vaccinatie tegen Rubella gehad. Door middel van het bloedonderzoek controleren we of je nog voldoende bescherming tegen Rubella hebt. Als er niet meer genoeg antistoffen aanwezig zijn, kan er in of na het kraambed alsnog een vaccinatie plaatsvinden.

Hepatitis B

Hepatitis B is een infectieziekte van de lever. De ziekte wordt veroorzaakt door het hepatitis B-virus. Soms hebben mensen geen klachten en weten niet dat zij met het virus besmet zijn. Het bloedonderzoek laat zien of je het hepatitis B-virus bij je draagt. Het virus is tijdens de zwangerschap niet schadelijk voor de gezondheid van je kind. Maar tijdens de geboorte kan een kindje alsnog een infectie met het virus oplopen. Blijkt uit het bloedonderzoek dat je het hepatitis B-virus bij je draagt? Dan krijgt jullie kind kort na de geboorte een injectie met antistoffen. Deze antistoffen beschermen je kind tegen het virus.

Daarnaast is het belangrijk dat je kind zelf afweer opbouwt tegen het hepatitis B-virus. Daarom krijgt je kind enkele vaccinaties: de eerste kort na de geboorte, daarna op de leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden.

HIV

HIV is het virus dat de ziekte AIDS veroorzaakt. HIV is dankzij nieuwe virusremmers tegenwoordig een chronische ziekte. Je kunt met HIV besmet raken als je onveilig vrijt met iemand die besmet is, of als je in aanraking komt met besmet bloed. Als uit het bloedonderzoek blijkt dat je met HIV bent besmet, word je doorverwezen naar een gespecialiseerd HIV-centrum. Je kunt het virus tijdens de zwangerschap of bevalling via je bloed op jullie kind overdragen, of daarna via borstvoeding. De kans op besmetting kan zeer sterk worden verminderd door virusremmers te gebruiken tijdens de zwangerschap.

Aanvullend onderzoek naar seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA)

Is er een kans dat jij of je partner door onbeschermde, wisselende seksuele contacten een seksueel overdraagbare ziekte hebt opgelopen? Dan is het belangrijk dit aan ons te vertellen. Voorbeelden van seksueel overdraagbare ziekten zijn (naast HIV en Syfilis) Chlamydia en Gonorroe. Deze ziekten geven niet altijd klachten. De gevolgen kunnen soms ingrijpend zijn: door deze SOA kan het kind na de geboorte een oogontsteking of een longontsteking krijgen. Onderzoek is onder andere mogelijk door een kweek van de baarmoedermond af te nemen middels een wattenstokje. De behandeling bestaat uit een antibioticakuur die niet schadelijk is voor het ongeboren kind. Ook je partner moet worden behandeld.

Hemoglobinegehalte

Met onderzoek naar het hemoglobinegehalte (Hb, ijzergehalte) van rode bloedcellen wordt nagegaan of je bloedarmoede hebt. Dit onderzoek wordt bij 30 weken herhaald. Bloedarmoede is meestal een normaal verschijnsel tijdens de zwangerschap doordat er meer bloed wordt aangemaakt in je lichaam en het bloed hierdoor enigszins verdund wordt. Dit hoeft dan ook vaak niet behandeld te worden. Wanneer je echter bloedarmoede hebt door een tekort aan ijzervoorraad in je lichaam, dan is dit goed te behandelen en niet schadelijk voor jullie kind.

Glucose

Gedurende de zwangerschap zal je bloed gecontroleerd worden op het suikergehalte (glucose). Mocht dit verhoogd zijn, of zijn er andere indicaties, dan vindt er uitgebreid onderzoek plaats. Dit doen we om te beoordelen of je wel of niet zwangerschapsdiabetes ontwikkeld.