Ongemakken

Bloedverlies

De eerste 24 uur na een bevalling zal je ruim bloedverlies hebben. Dit is afkomstig uit de wond die de placenta achterlaat in de baarmoeder. Dit bloedverlies kan meer zijn dan bij een heftige menstruatie, ieder uur een vol maandverband is normaal. Het is normaal dat, wanneer je beweegt, je een golfje bloed voelt lopen. Je kunt ook stolsels verliezen, soms zo groot als een tennisbal. Dit is normaal en je hoeft je hierover geen zorgen te maken. Als het bloedverlies (te) ruim wordt (het blijft maar stromen of er komen een aantal flinke stolsels), is het belangrijk dat je ons meteen belt. Neem ook contact met ons op als je duizelig of niet lekker wordt van te ruim bloedverlies. Probeer regelmatig te gaan plassen, ook al is de aandrang er misschien niet. Wij adviseren om voor iedere voeding te gaan plassen. Als je blaas leeg is, kan de baarmoeder beter samentrekken waardoor het bloedverlies vermindert.

In de loop van de kraamtijd zal het bloedverlies steeds minder worden en veranderen van kleur. Het kan voorkomen dat het bloedverlies af en toe een dag wat meer is, doordat je die dag wat actiever bent geweest, dit is dan geen probleem. Meestal is het bloedverlies zes weken na de bevalling helemaal over. Ga totdat het bloedverlies over is niet in bad, niet zwemmen en gebruik geen tampons.

Naweeën

Om het bloedverlies na de bevalling te beperken en de baarmoeder te laten krimpen, trekt de baarmoeder ook tijdens de eerste dagen na de bevalling nog samen. Dit kan een weeënachtige kramp geven: naweeën. In principe is dit dus een positief verschijnsel, maar het kan wel erg gevoelig zijn. Naweeën kunnen drie tot vier dagen aanhouden. Zorg dat de blaas goed leeg is door regelmatig te gaan plassen. Een warme kruik of paracetamol kan de pijn wat verminderen.

Koorts

Koorts kan verschillende oorzaken hebben zoals stuwing, blaasontsteking of bijvoorbeeld een borstontsteking. Neem bij een temperatuur vanaf 38 graden Celsius altijd contact met ons op!

Bandenpijn

Soms kun je tijdens de kraamweek last hebben van pijnlijke steken aan de zijkant van je buik. Vaak duurt het één tot twee uur en zakt daarna de pijn geleidelijk af. Doordat de baarmoeder en de banden waaraan deze vastzit zijn uitgerekt door de zwangerschap, ligt de baarmoeder na de bevalling wat ‘losser’ in je buik. Dit heeft tijd nodig om te herstellen. Deze bandenpijn kan geen kwaad. Een warme kruik op je buik of paracetamol kan de pijn enigszins verminderen.

Gevoelige hechtingen

Wanneer je hechtingen hebt, kan dit pijnklachten geven. Het is belangrijk de hechtingen goed schoon te houden, door te spoelen met water (geen zeep). Spoel ook tijdens het plassen, want de urine kan een branderig gevoel geven. Verwissel het kraamverband regelmatig. Het is ook goed om de wond aan de lucht bloot te stellen en regelmatig zonder ondergoed, op een matje, in bed te liggen. Om het ontzwellen te bevorderen kan een koud kompres helpen.

De kraamverzorgster controleert iedere dag de hechtingen, zo nodig controleren wij ze ook tijdens één van onze visites. Tegenwoordig wordt er oplosbaar hechtmateriaal gebruikt en hoeven losse hechtingen er niet uitgehaald te worden. Soms kunnen de hechtingen pijnklachten geven. In dat geval kunnen wij deze vanaf de zesde dag na de bevalling verwijderen.

Na een bevalling voor het eerst weer vrijen is vaak spannend. Het juiste moment is wanneer jullie daar beide aan toe zijn en het wordt aangeraden te wachten totdat het bloedverlies gestopt is. Misschien is het goed eerst met een spiegel te kijken of te voelen of het (nog) pijnlijk is in dat gebied. Voor je gevoel is de wond vaak groter dan in werkelijkheid het geval is. Je hoeft niet bang te zijn dat het litteken door het vrijen weer open zal gaan. Geef je borstvoeding dan kan het overigens zijn dat je door de aanwezige hormonen minder makkelijk vochtig wordt. Glijmiddel en de tijd ervoor nemen kunnen daarbij helpen.

Aambeien

Aambeien zijn uitstulpingen van bloedvaten bij de anus. Aambeien kunnen pijn doen, jeuken en soms bloeden. Ze kunnen zijn ontstaan in de zwangerschap of door het persen tijdens de bevalling. Aambeien kunnen zowel inwendig als uitwendig aanwezig zijn en ontstaan soms pas na een paar dagen. Persen kan de klachten verergeren, dus probeer je ontlasting goed soepel te houden. Het is daarom belangrijk om ook tijdens de kraamweek goed te drinken en geen ‘verstoppende’ producten te eten. Na de bevalling zal in de meeste gevallen de zwelling van de aambeien vanzelf afnemen, maar dit kan tijd nodig hebben en het kan nog wel een tijd pijnlijk zijn. Daarom is het aan te raden om al in het kraambed te starten met een behandeling, door middel van bijvoorbeeld zalf en tabletten, wij adviseren om dan curanol te halen. Ook kan koelen met een koud kompres verlichting geven.

Plassen

In het kraambed ben je gevoelig voor ontstekingen en infecties. Mocht je tijdens de bevalling gekatheteriseerd zijn (de blaas is middels een slangetje leeg gemaakt), dan heb je een verhoogde kans op een blaasontsteking. Als je heel vaak aandrang voelt om te plassen, kan dat door een blaasontsteking komen. Meestal heb je dan ook een branderig gevoel bij het plassen en een zeurderig gevoel in de onderbuik, maar een blaasontsteking ook in de kraamweek voorkomen zonder deze klachten. Vaak heb je wel temperatuursverhoging of zelf koorts. Wanneer je denkt dat je eventueel een blaasontsteking zou kunnen hebben, laat dan een potje urine voor controle naar de huisarts brengen. Als blijkt dat je een ontsteking hebt, krijg je antibiotica.

Als je in de eerste zes weken na de bevalling soms urineverlies hebt, is dat niet erg: je lijf moet nog herstellen. Doe bekkenbodem oefeningen, blijf goed drinken en beweeg voldoende. Ga regelmatig naar het toilet. Na zes of acht weken mag je urineverlies eigenlijk niet meer accepteren, ook niet na een lach- of hoestbui. Besteed extra aandacht aan de oefeningen of ga naar een fysiotherapeut. Deze kan je hier goed bij helpen.

Stuwing

In de eerste week kunnen door de toegenomen doorbloeding van de borsten en de aanmaak van borstvoeding de borsten zwaar en gespannen zijn: stuwing. Stuwing ontstaat meestal op de derde of vierde dag van het kraambed. Stuwing is het groter worden van de borsten door een toename van melkproductie. Het vraag en aanbod van de voeding moet nog in evenwicht komen en het zal zich dan ook in vanzelf herstellen. Iedere kraamvrouw kan stuwing krijgen, ook als je flesvoeding geeft. De borsten voelen pijnlijk, strak en gespannen aan. Soms is er sprake van een lichte temperatuurverhoging tot 38 graden Celsius. Wordt je temperatuur hoger dan 38 graden Celcius, neem dan altijd contact met ons.

Als je last van stuwing hebt en borstvoeding geeft, dan is het verstandig om je kindje vaak te laten drinken en je borsten na de voeding te koelen. Voordat je gaat voeden, is warmte het sleutelwoord: het ontspant en bevordert de toeschietreflex.

Vrouwen die geen borstvoeding geven, kunnen een stevige beha aan doen en de borsten koelen. Gebruik, wanneer je flesvoeding geeft, geen warmte op de borsten.

Tepelkloven

De eerste dagen hebben bijna alle kraamvrouwen die borstvoeding geven last van pijnlijke tepels. Door de zuigkracht van jullie kindje aan je tepels, kunnen kleine scheurtjes in je tepels ontstaan. Deze kunnen erg gevoelig zijn tijdens het voeden. Het niet goed aanleggen van de baby is een van de belangrijkste oorzaken van tepelkloven. Het eerste aanzuigen van de baby mag pijnlijk zijn, daarna moet de pijn verdwijnen. Wanneer je al kloven hebt, herstelt dit beter als je na het voeden een druppel borstvoeding over je tepel uitsmeert en dit aan de lucht laat drogen. Ook een zalf met lanoline of wolvet kan het herstel bevorderen. Medela heeft hier een speciale zalf voor, die bij ons te verkrijgen is.

Spruw

Soms worden pijnlijke tepels en tepelkloven mede door een schimmel veroorzaakt: een spruw-infectie. Bij een spruw infectie ziet de tepel er vaak glanzend en rood uit. De tepel is pijnlijk, deze pijn wordt vaak als brandend en prikkelend omschreven. Bij het opnieuw aanleggen verdwijnt de pijn niet.

Je kindje gaat vaak slechter drinken, laat tijdens het drinken de borst vaak los en heeft meestal witte plekjes in de mond (die met een glaasje niet weggeveegd kunnen worden). Spruw is ongevaarlijk, maar wel pijnlijk en lastig want moeder en kind kunnen elkaar blijven besmetten. Bij spruw moeten zowel moeder als kind behandeld worden, als je borstvoeding geeft, met een kuur van de huisarts.

Ook als jullie kindje flesvoeding krijgt kan het spruw krijgen.

Borstontsteking

Een borstontsteking (mastitis) is een bacteriële ontsteking van de borst die vooral voorkomt bij vrouwen die borstvoeding geven. Om deze te voorkomen: Was je handen vóór elke voeding, zorg goed voor jezelf en denk aan je weerstand. Controleer je borsten dagelijks op harde plekken die ontstaan door melk die in de klieren achterblijft. Masseer deze plekken tijdens het voeden/kolven richting de tepel weg. Vooral als je de signalen van een ontsteking opmerkt (harde plekken, rood, warm, pijnlijk en uiteindelijk koorts) is dit belangrijk. Maak het masseren makkelijker door de borst voor de voeding of het kolven te verwarmen met een warme doek of onder de douche. De melkkanaaltjes gaan zo wijder open staan en je masseert de melk er makkelijker uit. Na het voeden kun je de borsten koelen met een koude doek. Juist als het pijnlijk is, is het belangrijk de borst goed te leggen, desnoods met een kolf. De melk moet eruit want als de borst niet goed leeg is, kan het verder gaan ontsteken!

In de meeste gevallen gaat de borstontsteking binnen 24 uur vanzelf over. Heb je daarna nog koorts, regel dan via je huisarts antibiotica.

Kraamtranen

De eerste dagen na de geboorte van je kind ervaar je vaak als een periode van groot geluk! Maar een paar dagen later kun je je soms verdrietig en ongelukkig voelen. Het einde van de zwangerschap en de bevalling zijn soms moeilijk en vermoeiend geweest. De bevalling was waarschijnlijk een flinke klus en in de nachten daarna slaap je minder dan normaal. Daarnaast ondergaat je lichaam in korte tijd grote veranderingen vooral door het plotseling wegvallen van een aantal hormonen. Als kersverse moeder heb je vaak tijd nodig om aan het moederschap te wennen. Je moet je kind leren kennen en een emotionele band opbouwen. Al met al is het een combinatie van vermoeidheid, lichamelijke en geestelijke veranderingen en onzekerheid die kan zorgen voor de zogenaamde kraamtranen.

De kraamtranen ontstaan meestal in de eerste week na de bevalling en verdwijnen in de meeste gevallen spontaan. Je bent emotioneel, soms angstig, bezorgd, prikkelbaar en je kunt huilbuien hebben. Veel vrouwen hebben hier last van en meestal is het niet iets om je zorgen over te maken.

Probeer goed te rusten, praat er met anderen over en laat het even allemaal over je heen te komen. Mocht na een paar dagen het negatieve gevoel nog steeds meer aanwezig zijn dan het positieve, dan is het goed dit bij ons aan te geven. Wij zullen dan samen met jullie bekijken hoe we kunnen helpen.